Aan de Gulickerweg 2


Hoosdenica.i1740,idetailivani
kaart uitideiAtlasiDomeineni
Montfort.
FotoiJo Schreurs

 

DatihetilandgoediHoosden, zoalsihetierinuibijligt,ivoorali
een scheppingiisivanidei
paters jezuïeten,iisibekend.
Opidezeipaginailateniwei
zien, datizoweliGrootialsi
Klein Hoosdeniverrei
heeftigelegen vanidei
behuizingidieidooride patersialsibuitenverblijfi
werd gebouwd.i
Vervolgensiisihet gelukt,i
omihetibouwjaarite
achterhalen.i
Deiarchievenigeven hunistoffigeigeheimeniprijs.

















In rood het beoogde kloostergoed.
Inigroenideifeitelijke begrenzing.

 

Laatst gewijzigd: 26-02-2012 © Jan Ruiten

OP ZOEK NAAR
GROOT EN KLEIN HOOSDEN
Landgoed Hoosden: gemeente Roerdalen, kerkdorp Sint-Odiliënberg. (51° 8' N - 5° 59' O.)

Dat de Gulickerweg als doorgaande route dwars door een landgoed liep, mag vreemd overkomen. Maar het goed Hoosden, zoals wij dat nu kennen, is een schepping van de paters jezuïeten. Voorheen lagen de akkers, weiden en broeken van meerdere eigenaars door elkaar aan weerszijden van deze weg.
Op deze pagina gaan we op zoek naar de plaatsen waar Groot en Klein Hoosden hebben gestaan, voordat de jezuïeten hun buitenverblijf lieten bouwen op de plek waar nu nog het huis Hoosden staat. En proberen we het bouwjaar van dit buiten op te speuren.

Om te beginnen zullen we eerst maar enkele misvattingen uit de weg ruimen. De benaming (H)oosten, heeft niets te maken met de ligging van het landgoed, of huis ten opzichte van Overen. In dat geval zou Zuiden een geschiktere naam zijn. Toen Emont van Baerlo (toenmalig bezitter van het riddermatig goed) Klein Hoosden verwierf, was de naam Hoosden al in gebruik.

Ook het lozen van het overtollige water door de jezuïeten staat niet in verband met de benaming Hoosden. (Zr. Hereswitha: Het landgoed Hoosden in Roerstreek '72, blz. 18 e.v.) Mocht de naam al betrekking hebben op het lager gelegen, drassige gebied langs de steilrand, dan is die naam overgedragen op de (hoger gelegen) huizen Groot en klein Hoosden.

Het landgoed, of een deel daarvan, maakte in de 15e eeuw geen deel uit van de bezittingen van de priorij op de kerkberg. Kaart 2 uit het artikel over De Priorij Van De Reguliere Kanunniken enz. uit 1971, beoogt de omvang van de goederen van deze priorij op en aan de kerkberg anno 1476. De beschrijving die daarbij wordt gegeven, met benamingen als kyrckwech, de hagendoren, de groiten eyckboum en dat eyckenboemken aen den kyrchhoff hebben alle betrekking op... de voet van de kerkberg en niet verder.

Dus niet het landgoed Hoosden, of ook maar een deel daarvan. De begrenzing aan Egmonts erve van Barle slaat op diens perceel tegen de kerkberg, dus niet op het landgoed Overen. De tekst legt een overeenkomst vast tussen gemeente en klooster, om af te palen wat tot den Closter ynd bergh behoorde, om verdere twisten en moeilijkheden hierover voor te zijn. (Zr. Hereswitha: De priorij van de reguliere kanunniken enz. in: Augustiniana, XXII, 1971.)

Naderhand zou men zich bij geschillen tussen kerk en gemeente hierop beroepen.

Schepen Heyligers
Midden in het dorp Sint-Odiliënberg leefde in de 18e eeuw Dirck Heyligers (1723-1807), die carrière maakte van timmerman tot "bouwmeester". Hij verdiende goed geld en niet alleen met zijn bedrijvige werkplaats. Zoveel zelfs, dat hij geregeld aan mensen in de omtrek hypotheken kon verstrekken tegen de gangbare rente. Meestal was dit alleen weggelegd voor gegoede burgers.

Her en der in de gemeente vergaarde hij akkers, van zowel zijn naburen alsook uit het grondbezit van de Prins van Oranje. Van advocaat Slicher kocht hij meerdere percelen die anderhalve eeuw eerder nog deel uitmaakten van het goed Groot Hoosden. In 1777 kocht hij de Douveshof te Merum. (Jo Schreurs: Uit het verleden van Douveshof te Merum in Roerstreek 2003, blz. 48.)

Naast een journaal met familiegebeurtenissen en andere wetenswaardigheden uit dorp en omgeving, legde schepen Heiligers een grondboek aan. (Register van bezittingen van D. Heyligers, particulier bezit. De heemkundevereniging Roestreek beschikt over een fotokopie van dit boek.)

Daarin noteerde hij gedetailleerd zijn bezittingen, die hij tevens in kaart bracht. Daarbij heeft hij veelvuldig gebruik gemaakt van het bunderboek uit 1717, dat hij vaker heeft geraadpleegd.
In het dorp werd wel beweerd, dat de schepen overal de hand in had: "Niets is lang of Heyligers heeft er de hand aan."

Een groot deel van zijn grondbezit was gelegen aan de Montforter- en Brachterweg. Maar ook stukken van de Gulickerweg komen op die kaartjes voor. Deze tekeningen, mogelijk kopieën van de cartes figuratives uit 1717, gaven de eerste aanwijzingen om de oorspronkelijke route van de doorgaande weg nader te traceren. De beschrijving van enkele percelen land op het landgoed Hoosden en grenzend aan deze weg, gaven daarop nog eens een bevestiging.

Deze oude landweg ligt hier in de schaduw van oude statige bomen. Dat hoeft niet altijd zo geweest te zijn. Oude kaarten geven eerder het idee van een meer open karakter van deze weg tussen het elzenbroek en de steilrand.

Op folio 24 uit het grondboek van schepen Heijligers staan enkele akkers in het Hoosderveld, die in de 16e eeuw nog deel uitmaakten van Groot Hoosden. De weg met de letter A is de Gulickerweg, die rechts verder loopt langs de steilrand. De letter F rechtsboven geeft de Steegh aan, dat is de Maxsteeg. Die zien we op het rechter kaartje nog eens, maar dan uitvergroot.
De tekening rechts staat niet in verhouding met het kaartje links en is een verlengstuk van de letters
E (Brachterweg) en F (de Steeg).

Hier heeft tot uiterlijk begin 17e eeuw Groot Hoosden gestaan. Op bovenstaande kaart is dat de smalle strook grond H tussen de Brachterweg en de Maxsteeg. Van de Ravensboom naar de Veestraat loopt de route van de Gulickerweg.

De donkere lijn van X naar Y geeft de steilrand aan tussen het lage elzenbroek en het hoger gelegen akkerland.

Op zoek naar Groot Hoosden
Het cijnsregister van het ambt Montfort, in 1551 in mooi handschrift opgemaakt, spreekt van Groot en Klein Hoosden, beide belast met meerdere erfcijnzen in geld, hoenders, haver en rogge. De cijnzen van Sint-Odiliënberg waren te leveren op Sint-Andries.

Zekere Johan van Elmpt werd voor zijn hoeve Groot Hoosden, afkomstig van Corst van der Kraicken, aangeslagen voor 7 stuivers, 8 hoenders en 2½ malder haver.

Emont van Baerle betaalde jaarlijks voor zijn boerderij Klein Hoosden (slechts) 4 vat haver. (Regionaal Historisch Centrum Limburg te Maastricht (RHCL): G.H.A. Venner Inventaris Ambt Montfort inv. nr. 1674: legger van cijnsplichtigen anno 1551.)

Een halve eeuw later blijkt het goed Groot Hoosden te zijn opgedeeld onder meerdere eigenaren, zoals daar zijn Jan en Aret van Elmpt te Dordrecht, Reiner Goltstein en Derick van Leeuwen.

In 1598 is er sprake van een stuk land aan het broek, op naam van Willem van Elmpt en gelegen tussen Hooster boomgaard en land van Reiner Goltstein. De akker was toen al zo'n 25 jaar verpacht aan het echtpaar Klompen te Lerop.

In 1616 verkopen Jan en Aret van Elmpt, ook namens hun broer en zus, meerdere percelen land op Hoosden aan Nijs van Haeren en vrouw; bij elkaar nog geen 12 morgen groot (dus amper 4 ha). De beschrijving van deze stukken grond speelt een sleutelrol in het verdere onderzoek naar het landgoed.

De verkoop betrof 6 morgen op de Konijnenbos aan de Montforterweg, met nog twee kleinere stukken tussen het broek en de Hoosderweg, vervolgens ruim drie morgen in het Hoosderveld. En verder een huisplaats en boomgaard, 3 vierdel (zo'n 25 are) groot en gelegen aan de Maxsteeg tegen de huisplaats van Derick van Leeuwen en het bakhuis van Reiner Goltstein.

Het huis Groot Hoosden stond er dus niet meer, de betimmeringen waren afgebroken en er was alleen nog sprake van een (gedeelde) huisplaats.

Tien jaar later, in 1626, verkocht de dochter van Nijs van Haeren, Naelke en haar man Herman Flaschen de huisplaats met de boomgaard aan Goerdt Cuijpers, die beter bekend stond als de dolle halfer van Melick. De grond, 3 vierdel morgen groot, was gelegen tussen twee wegen, grenzend aan grond van juffrouw Baerle (Klein Hoosden) en Derick van Leeuwen. De verkoop ging niet door, omdat Mercken van Karken hierop arrest wist te leggen wegens openstaande schulden en de grond toegewezen kreeg.

Het duurde nog wel enige tijd voordat beide huisplaatsen in het bezit kwamen van de jezuïeten; waarschijnlijk pas na 1646. Uit die jaren zijn geen overdrachten uit Sint-Odiliënberg bewaard gebleven.

In het archief van het jezuïeten-klooster, waarvan ook veel stukken verdwenen zijn, bevindt zich nog wel een schrijven van de kleinkinderen van Johan van Elmpt uit 1615 waarmee zij instemmen om de grond te verkopen. Willem Aryens en zijn vrouw Lysbeth Jansdochter van Elmpt, volmachten hun broers Willem van Elmpt, Jan Janss van Elmpt en Aert Janss van Elmpt om de goederen op Hoosden of elders te verkopen.

Reiner Goltstein was een van de overige mede-eigenaars van Groot Hoosden. Zijn goederen gingen op anderen over. In oktober 1642 verkocht Jacob Geens, namens Reiner van Hamelen als erfgenaam van Reiner, meerdere goederen en landerijen te Sint-Odiliënberg met broeken en weiden, niets daarvan uitgezonderd. De nieuwe eigenaars, het echtpaar Tilman Woesting en Elisabeth van der Donck, verwierven de grond voor de prijs van 90 rijksdaalders per morgen.

Reiner van Hamelen was vermoedelijk een zoon van Anna Goltstein en Daem van Hamel. Dit echtpaar werd genoemd als directe erfgenamen van Reiner, samen met Anrolt en Margaretha Goltstein. Leden uit deze familie woonde in 1618 in Frankfort. Dat was twintig jaar later bij de verkoop van een huis in de Neerstraat te Roermond nog zo.

Voor diezelfde prijs kocht het echtpaar Woestingh tevens zo’n 7 morgen land, eveneens afkomstig uit Goltsteins nalatenschap, van Thoenis (van Heythuysen) op Overen en vrouw Agnes Huckelhoven. Daarbij moeten we de verwantschap met Reiner zoeken in de familie van Agnes.

In 1661 ging de weduwe een grondruil aan met de jezuïeten. In ruil voor 2 morgen land en een stuk broek aan de zandkuil, kreeg de vrouw: anderhalve morgen naast het huis van schepen Simon (Brentjens), de wei achter haar hof en de wei achter land van schepen Euben (Tegels)

Detail van genoemde kaart uit ca 1675

Beide percelen staan ingetekend op een kaart uit die tijd, afgedrukt in Roerstreek ‘71, het jaarboek van de heemkundevereniging Roerstreek. Tussen nr 23: schepen Simons saliger erve en nr. 25: Eub Tegels erff ligt het stukje grond van Licentiaets Mauts erve. (RHCL: archief jezuïeten te Roermond, portefeuille 3042, omslag 5. (De kaart staat ook afgedrukt bij het artikel van zr. M. Hereswitha: Huize Hoosten in St. Odiliënberg in Roerstreek ’71.)

Brentgens stierf in februari 1672 en Tegels in november 1678. Genoemde kaart moet derhalve in de tussenliggende tijd gemaakt zijn, omstreeks 1675. Het huis Hoosden is dus van voor die tijd.

Alle goederen van de weduwe Woesting stonden in 1717 op naam van de weduwe Moeitz te Venlo en werden in 1775 door schepen Heijligers aangekocht. Die heeft de grond voor ons netjes in kaart gebracht. Op die manier is het aandeel van Reiner Goltstein in het landgoed Groot Hoosden nog te achterhalen. Maar het geeft ook aan waar we de boerderij van Johan van Elmpt in 1551 moeten plaatsen. Groot Hoosden heeft oorspronkelijk gelegen in het Hoosderveld tussen twee wegen, de Maxsteeg en de Brachterweg.

De ligging van Klein Hoosden
De andere boerderij op Hoosden, in 1551 op naam van Emont van Baerle, is via zijn dochter Anna in 1635 overgegaan op het jezuïetenklooster te Roermond. Daarna zijn de paters druk bezig geweest om Klein Hoosden uit te breiden tot een landgoed van zeker 250 morgen, grotendeels aaneengesloten met nog enkele kleinere stukken akkerland in het Hoosderveld.

De akkers waren gelegen op het hoger gelegen terras. De rest was moeras, broek en slechte weidegrond. Omstreeks 1675 werd temidden hiervan een nieuwe huisplaats als buitenverblijf voor de kloosterlingen ingericht, met daaraan vast de boerderij van de pachter. Dit buitenverblijf is het huis Hoosden zoals wij dat nu kennen. Dat is dus niet de huisplaats waar sommigen Groot of Klein Hoosden menen te moeten situeren! Evenmin heeft er voorheen een andere behuizing gestaan.

Bij de situering van de boerderij van Anna van Baerle moeten we anders te werk gaan, dan hierboven beschreven. Slechts enkele percelen wei kunnen we op de kaart aanwijzen, namelijk de grond die in 1661 overging op het echtpaar Woesting.

Voordat het klooster overging tot het opnieuw inrechten van het landgoed Hoosden werden enkele schetsen gemaakt van de bestaande situatie. (RHCL: archief jezuïeten te Roermond, portefeuille 3042, omslag 4.)

Daarop staat ook "ons huis" ingetekend. Verdere richtpunten zijn o.a. de kerk, het huis Overen en de loop van de oude Gulickerweg. Verder staan er enkele afstanden aangegeven, gemeten in roeden. Makkelijker dan met woorden te beschrijven, is het om de gegevens van de schetstekeningen op een meer betrouwbare kaart over te brengen.

Genoemd huis (Klein Hoosden) lag helemaal aan de andere kant van de drassige laagte dan het huidige buitengoed Hoosden!

Helemaal nauwkeurig kunnen we de huisplaats niet aangeven. De twee schetstekeningen maken wel duidelijk dat het oud Baerles huis meer naar het westen heeft gelegen, op de hoogte aan de rand van het steilterras. Mogelijk op het eind van de dijkweg (Postbergweg), maar in elk geval wel daar in de buurt. Bodem- onderzoek zou daar meer uitsluitsel in kunnen brengen.

De paal die als richtpunt wordt aangegeven, stond op het eind van de Konijnenberg. (…vort naer de Konijnenberch op't eynde van welcke staet een pael steek in't gert, den welck wijst op't brouck, hoe veer 'n wyet nymant.) Een duidelijker aanwijzing hebben we niet meer nodig om de ligging van het huis Klein Hoosden te kunnen bepalen.

Het volgende bijschrift op het schetskaartje vermeldt verder over de broekgrond tussen de paal en het huis: behoort aan meer personen toe, die daarop recht hebben; het is heel diep en moeilijk tot iets goeds te maken.

Het huis Hoosden staat nu halverwege de Konijnenberg. Volgens het kaartje was dat oorspronkelijk aan de andere kant van het broekbos! De enige mogelijkheid is dan op de hoger gelegen steilrand. Op onderstaande kaart aangegeven met H.

De schets van het goed Hoosden is tamelijk schematisch opgezet en grotendeels uit het hoofd getekend. Het is dus niet mogelijk om beide kaarten nauwkeurig op elkaar te leggen en vervolgens op de meter nauwkeurig aan te wijzen: hier stond Klein Hoosden. Maar de opzet mag duidelijk zijn. Het huis Klein Hoosden lag a) veel meer in de richting van de Postweg, op de rand van het steilterras, en b) op ruime afstand van het Konijnenbos.

Pas nadat de paters jezuïeten erin geslaagd waren hun grondbezit op en aan Hoosden verder uit te breiden, werd uitgekeken naar een andere, meer centrale plek voor het nieuwe huis.

Het Hoosderveld was rond 1600 kleiner van omvang dan nu. De benaming Hoosters heggen duidt op de begrenzing van het akkerland met de Bergerheide aan de Montforterweg. De Konijnenberg of -bos is het akkerland achter het Hagelkruis (eind 17e eeuw).

Johan van Elmpt
In de overdrachtsregisters van Roermond komen we meer te weten over de familie-verhoudingen tussen de nakomelingen van Johan van Elmpt. In april 1553 kwamen zijn kinderen bijeen om familiezaken te regelen. Van zijn kinderen met Margriet Deelen worden genoemd de zoons Jan, Hugo en Willem en de dochters Helwig, Catrine, Anna en Mettel. Helwig van Elmpt was getrouwd met Johan Goltstein en haar zus Anna met Reiner Goltstein. Johan en Reiner werden nergens genoemd als zijnde broers.

In 1551 werd Johan van Elmpt als enige genoemd als eigenaar van Groot Hoosden. Huis en land zijn waarschijnlijk in twee, danwel drie partijen opgedeeld. Een deel ging naar zoon Jan. Het waren diens kinderen, die in 1616 middels verkoop aan Nijs van Haeren afstand deden van hun goederen onder Sint-Odiliënberg.

Een ander deel ging over op schoonzoon Reiner Goltstein. Diens kleinzoon verkocht in 1642 zijn erfdeel aan het echtpaar Woesting. (De juiste familie-verhoudingen moeten nog nader onderzocht worden.)
Wat betreft het aandeel van Derick van Leeuwen, zijn we niet verder gekomen dan een deel van de huisplaats aan de Maxsteeg. (RHCL, archief schepenbank St. Odiliënberg, inv. nr. 15: overdrachten 1588-1646.)

Reiner van Hamelen was vermoedelijk een kleinzoon van Reyner Goltstein:
GAR Hoofdgericht, overdr. V-2 blz 122v. dd. 13-1-1637: Hendrick Vermaesen van Frankfort, namens Jenne Goltsteins, aldaar, en Reyner van Hamelen, mede namens Lem en David, dragen ¾ deel van huis op de Neerstraat tegenover de put over aan…
GAR Hoofdgericht inv. Anno 1618: erfgenamen van Reyner Goltstein: zoon Arnolt te Frankfort, dochter Anna (x Daem van Hamel) en dochter Margareta (x Joris Sandra).
Nog niet opgelost: “Burchardus van Hulhovens huis op Groot Hoosten, 16 (of 26) morgen land.”

Het Huis Hoosden
De eerste aanzet tot het nieuwe landgoed Hoosden vond plaats door de schenking van Anna van Baerle in 1637. (Peter Geuskens: De metamorfose van Cleen Oosten tot Hoosden te Sint Odiliënberg in Maasgouw 104 (1985), blz. 82 e.v. NB Met de zogenaamde ‘Nieuwen Hooff’ uit 1662 werd niet Hoosden bedoeld, maar de boerderij aan Sint Jozefsbos tussen ’t Zittard en ’t Reutje. Hoosden kende in die jaren dus geen terugval in veebestand en beschikbare akkergrond. Het pachtcontract betrof gewoon een andere boerderij. )
Voor en na werd Klein Hoosden uitgebreid met verdere aanwinsten. Al gauw werden plannen gemaakt om de moerassige grond te cultiveren. In elk geval was in 1675 de bouw van het nieuwe huis een feit. Waarschijnlijk pas na 1661 werd daarmee begonnen.

Uit bovenstaande uiteenzetting volgt, dat dit niet de plaats van Groot Hoosden is geweest, noch de huisplaats van Klein Hoosden.
In april 1648 werd voor de duur van zes jaar de pacht afgesloten van wat toen nog Klein Hoosden werd genoemd. De nieuwe pachter had alleen de beschikking over een deel van het landgoed. Het overige behielden de paters waarschijnlijk in eigen beheer.

1. Plaats van ons Huis
2. Turfschop en schapenstal
3. Plaats van het huis
4. Hof van de Pachter
5. Boomgaard
6. Akkerland
7. Dreef tegen de horst; een lijn van bomen, der Kerk of Hoosden geeft de anderen voor zijn bomen.
8. Dreef
9. Dreef op de dijk
10. Wei, daar waar de eerste steenovens hebben gestaan.
11. Schaapswei van Hanselaer gekocht.
12. Kale plaats
13. Wei achter de kale plaats
14. Het Horstveld of akkerland
15. Houtgewas of wei
16. Houtgewas of wei
17. Wei tegenover het hout
18. Houtgewas of mettertijd wei
19. Wei tegenover de oude bakoven.
20. Wei, daar waar eikenboom staat.
21. Deel van de Hofplaats
22. Wei, genoemd de boomgaard
23. Wei van ‘t Zittard
24. Paard of veulenwei *
25. Kerkenbaand, vuilwei *
* vuilwei, hier: met slecht gras begroeid.
Schematisch grondplan, huis en hof Hoosden, derde kwart 17e eeuw.
(BRON: RHCL, archief jezuïeten te Roermond, portefeuille 3043, omslag 8. De afbeelding is in de breedte in elkaar geschoven.
)

Ook zonder jaartal geeft bovenstaande kaart haar geheimen prijs. De grond, waar 'de eerste steenovens hebben gestaan' was aangekocht van jonker Hanselaer, de derde echtgenoot van Anna van der Horst van Klein Paerlo. Het paar trouwde in maart 1660. Wat erop neerkomt, dat het Huis Hoosden tussen 1660 en 1675 is gebouwd.
Het huis werd in carrévorm gebouwd, met aanvankelijk nog een bescheiden buitenhuis voor de paters zelf, terwijl het overige als bedrijfsgebouwen en de (verdwenen) behuizing van de pachter bestemd was. De 'toren' (met het dakruitertje uit het begin van de 19e eeuw) komt mogelijk overeen met nr. 1 op bovenstaande kaart. In latere tijd hebben er nog grondige verbouwingen plaats gevonden.

Het huidige herenhuis was aanvankelijk gepland als een schop om de turf op te slaan en als schaapskooi (2), althans volgens bovenstaande tekening. Bouwkundig onderzoek kan meer licht brengen in de verschillende bouwperiodes van Hoosden.

De bouw van het Huis Hoosden.
In de archieven van het jezuïetenklooster zijn geen directe stukken meer aanwezig die het bouwjaar van het buitengoed Hoosden aangeven. Zoals hierboven beschreven, zou dat gebeurd zijn tussen 1660 en 1675.
Zijn er nog andere bronnen te raadplegen die een meer nauwkeurigere aanduiding kunnen geven? Het perceel grond, waar de eerste steenoven kwam te staan, werd pas na 1660 aangekocht. In dat jaar was de verkoper, jonker Hanselaer getrouwd met de weduwe Anna van der Horst. (Peter Geuskens: “Minori Paerlen” een twistappel in de zeventiende eeuw in Roerstreek ’86 blz. 70 e.v.)

Verder is de ruiling van grond met de weduwe Woesting in 1661 ook belangrijk. Daardoor immers verwierven de paters o.a. een perceel grond dicht bij de beoogde huisplaats.

Voor het bakken van de stenen was een bakoven nodig en steenkool om die op temperatuur te brengen. Kolen en kalk moesten van elders aangevoerd worden. Voor grote hoeveelheden gebeurde dat te water.

De stad Roermond had in deze contreien het alleenrecht om te laden en te lossen. Het gebeurde toen wel vaker, dat men vanwege het vervoer te land permissie kreeg om de goederen elders aan wal te brengen. Dat kon in Asselt en Beesel, net zo goed als in Linne of Wessem, zolang men aan de stad maar het nodige cijnsgeld betaalde.

De besluiten van het stadsbestuur werden genoteerd in de zogenaamde 'Donderdagse protocollen'. In september 1663 kregen de paters jezuïeten toestemming van de magistraat voor het lossen van liefst 120 gangen kolen en 100 malder mergel te Linne, mits aan de stads 'gerechtigheden' voldaan werd. Een half jaar later volgde nog eens een lading mergel per maasschip.
Beide aanvragen zijn niet bewaard gebleven, zodat we het woordelijke verzoek 'hierinne naerder geroerd' niet kunnen weergeven. Het woord Hoosden werd in de goedkeuring weliswaar niet genoemd, maar voor het klooster in de stad waren de vrachten in elk geval niet bedoeld.
De hoeveelheden van 120 gangen kolen en liefst 100 malder (ruim 16000 liter) mergel wijzen op grote bouwwerkzaamheden.

Conclusies
Voor de bouw van het buitengoed Hoosden hebben de paters een duidelijk andere plaats gekozen dan het voormalige Groot en Klein Hoosden, die voordien hebben gelegen op de rand van het Roerterras. Nadat het klooster de meeste grond tussen het dorp Berg en het leen Overen had verworven, kon men starten met de bouw van een buitenverblijf voor de paters en de aanpalende boederij van de pachter. Vervolgens zou het landgoed van hieruit in bedrijf worden genomen. Het buitenhuis met boerderij was meer centraal aan de andere kant van het moeras gesitueerd.
Ook het tijdstip van de nieuwbouw kon nader bepaald worden. De jezuïeten zijn in het najaar van 1663 overgegaan tot de bouw van het huis Hoosden. De pachter zal op z'n vroegst met Pasen 1664 zijn intrek hebben genomen in de nieuwe boerderij.