Gerken Caris,
schepen 1600-1621+
In februari 1612 kochten Gerhardt Karis
en vrouw Peterken een huis (hoffstadt) naast zijn eigen in het dorp
van zijn neef Claess Custers. Deze verkocht het huis
middels volmacht, opgemaakt in Antwerpen, waar hij tijdelijk verbleef.
Beide partijen waren samen met Lietgen Beusers in het
Reutje naaste verwanten van de overleden vrouw van schepen Reinbaum.
Dit huwelijk was kinderloos gebleven,
zodat de goederen van Trincken Beusers naar de schoot
der familie zouden terugvallen. Heinrich Reinbaum als
weduwnaar behield wel het vruchtgebruik. Voor en na werden steeds meer
erfgoederen van Trincken z. op haar drie neven overgemaakt. Terwijl
Lietgen voornamelijk geinteresseerd was in de goederen in het Reutje,
omdat hij daar woonde, gingen de goederen in het dorp naar Gerken Caris
en vrouw. Claess deed voor en na afstand van zijn aandeel omdat hij
plannen had elders te gaan wonen.
(Claes Kusters van
Berg en vrouw Lisken van Melick woonden tijdelijk (1608-1613) in de
Zwartbroekstraat in Roermond. Ook toen, in 1613, bleek Claes in Antwerpen
te zijn, terwijl zijn vrouw hier de zaken regelde.)
In september 1621 verkoopt Gerhardt
twee morgen heide grenzend aan het Munckerboschshoffsvelt aan
neef Beusers. (Het perceel gras, waar anderhalve eeuw later herberg
de Roskam werd gebouwd. Inmiddels ook weer verdwenen.)
Bij de verkoop van een perceel in het
dorp in september 1622 staat vermeld dat de plaats was gelegen in het
dorp naast het huis van Gerard Karis z., van voren de straat en achter
uitkomend op de Roer. Dat is dus aan de huidige Raadhuisstraat.
Gercken Caris is schepen geweest van
1600 tot zijn overlijden eind 1621/begin 1622.
Na zijn overlijden kwam in 1629 nog
een oudere lening van 50 gulden ter sprake, waarvoor het echtpaar Karis
jaarlijks 3 gulden cijns zou betalen. Als onderpand gold de 3 morgen
aan de heide (aan Pastoorshegge). Deze grond ging naderhand over op
(de kinderen van) schepen
Derick Cloudt, uit huwelijk met Ummelke Caris,
evenals voornoemd huis onder in het dorp.