AAN DE BRUGPOORT

Laatst gewijzigd: 30-07-2017 © Jan Ruiten

AAN DE BRUGPOORT
v/h De Helm

Brugstraat 25

Het huis van de erven Lockermans was tot ver in de 17e eeuw het laatste huis in de rij. Via aankoop en erfdeling komen we uiteindelijk op drie huizen vanaf het (thans afgesloten) pad tussen nr. 21 en 23. Het laatste adres bestaat nog duidelijk uit twee huizen. Het linkerdeel is kort na de eerste stadsbrand aangekocht. Nr. 23 was het pand De Adelaer, een herberg tot aan het einde van de 17e eeuw, toen daar (in 1694) het gezin Seegers van Loon zijn intrek nam. Het hoekhuis was op andere leden van de familie Lockermans overgegaan.

 

In februari 1669 sloten Jacob Brentiens en Petronella van Asselt een lening af van 100 rijksdaalders op hun kindsdeel van het ouderlijke huis in de Brugstraat. Het huis grensde van twee zijden aan het erf van Gillis Lockermans en van twee zijden de straat. Het betrof namelijk het hoekhuis aan de Brugpoort, afkomstig van hun (schoon)moeder Agnes Lockermans. (HGR inv.nr. 317-f.227.)

Het echtpaar Brentiens woonde toen al enige tijd in Maaseik. Acht jaar eerder komen we hen tegen bij de verkoop van een stuk land buiten de stadsmuren. Dan is sprake van Jacob Brentiens en vrouw, en mede-comparant de meerderjarige jongedochter Mettel van Asselt, hun (schoon)zus, die werd geassisteerd door Gerardt Spee als haar tijdelijke momber. (HGR inv.nr. 317-f.81.)

Verdere naspeuringen in de kerkregisters leveren niets op. We komen wel een stap verder bij de verkoop van een huis aan het Zwartbroek in 1655. Agnes Lockermans is dan weduwe van Rijck van Asselt, alias Schotten. Zij werd geassisteerd door de mombers van haar minderjarige kinderen. Haar dochter Petronella was toen al meerderjarig. Van de overige kinderen ontbreekt verder elk spoor. (HGR inv.nr. 315-f.248.)

 

Den Helm op de hoek aan de brugpoort

Jan Gaeckels, alias Stams, en vrouw Odilia hadden van Henrick Schrijvers van Daelen het hoekhuis aan het eind van de straat gekocht. Uit dit eerste huwelijk had hij drie dochters en een zoon. Hij was alweer hertrouwd met Catharina van Dulcken, toen hij in juni 1587 zijn rechten op het huis overdroeg aan zijn kinderen. Catharina Gaeckels, de oudste, verkocht vervolgens, ook namens haere unmundige broederken und susterkens en met instemming van de voogden, het huis door aan Stoffer Paulssen de jonge. De verkoop betrof het huis, met hof, stalling en de twee afbehangen aan weerszijden, gelegen aan der gemeinen straeten nae d'stadtmuijre.

Jan Gaeckels verzekerde daarbij, dat naderhand de kinderen, eenmaal meerderjarig, geen bezwaar zouden maken tegen de verkoop. Hiervoor stonden Goetse van Dulcken, zwager van Gaeckels, en Areth van Meisenborg garant. Om er zeker van te zijn, dat de een of ander middels het beschudrecht, de koop alsnog naar zich toe zou trekken, tekende Nelis van Nehr als naast-verwant beschud aan en droeg het huis vervolgens over aan Stoffer.

Het huis met de plaats grensde achterlangs aan erf en huis van Johan van Erp, dat in die tijd bekend stond als De Pauw. Deze herberg heeft dus aan de andere kant van de Brugstraat gelegen dan tegenwoordig. (HGR inv.nr. 311-f.401.)

Het huis op het eind van de straat stond rond 1600 op naam van Johan de Laet en ging na zijn overlijden over op zijn vier kinderen. In mei 1617 trad hij nog op als mede-voogd van de kinderen van wijlen Dirick Lockermans en diens weduwe Beel Pauwelss, ondertussen hertrouwd met Willem van Hingen.

Johan de Laet had nog 45 gulden tegoed van wijlen Jacques Sochon, een maasschipper uit het Luikse. Dat was in 1691. Om alsnog aan zijn geld te komen, liet hij voor dat bedrag beslag leggen op diens hoegairß, ofwel maasschip.

Een kleine tien jaar later beleenden Siebert Vaessen en zijn vrouw Wilmke de Laet hun vierde deel in het huis op de hoek van de straat met 200 gulden. Het jaar daarop in juni 1627 was Wilmke overleden en Siebert droeg zijn aandeel over op zijn zwagerse Jenneke de Laet c.s., zoals zijn vrouw voor haar overlijden hem had verzocht.

In december 1626 werd die afspraak vastgelegd tijdens het langdurige ziekbed van Wilmke en met een huis vol kinderen. Wilmke gaf de voorkeur om hun vierde deel in het huis, op de hoek van de Brugstraat te verkopen, om het geld te gebruiken voor de opbouw van hun afgebrande huis te BuitenOp. Dat huis werd dus ook verkocht. Verder had het echtpaar nog goederen buiten de stad in de vrijheerlijkheid Daelenbroeck. (HGR inv.nr. 314-f.157.)

In een akte, opgemaakt begin 1628, gaan Jan van Houtem en Windel de Laet een erfwisseling aan. Zij geven aan het echtpaar Boyen hun vierde deel in het huis op de hoek aan de Brugpoort, De Helm genoemd, in ruil voor een akker te Merum. Tevens legt Jan er nog 50 gulden op toe. Arnold Boyen verkoopt zijn aandeel in De Helm voor 325 gulden door aan Jenneke de Laet, in huwelijk met Peter op der Heggen. (HGR inv.nr. 314-f.176 en f.186.)

Diezelfde dag komt de (aangetrouwde) verwantschap tussen de erven Pauwels en De Laet nog eens tot uitdrukking betreffende ieders aandeel in een huis aan de Markt. Voor samen een deel waren zij hierin berechtigd: Jan, Willemke, Windel en Jenneke de Laet, broer en zussen. De eerste twee waren toen al overleden, dus namens hen hun kinderen. De erfgenamen Pauwels waren voor twee delen en de kinderen van Frans van Linne nog eens met een deel berechtigd. Ahret en (zijn zus) Catharina van Hingen tenslotte voor het resterende deel. (HGR inv.nr. 314-f.164.)

Zo'n twintig jaar later is de naam van Den Helm verbonden met het pand halverwege de straat (nr. 9).

de familie Lockermans

In de familie Lockermans kwamen begin 17e eeuw meerdere verbintenissen met Swalmen voor. De eerste van die naam was Dirick Lockermans, rond 1600 nog getrouwd met Beel Pauwels. In 1617 blijkt de vrouw als weduwe te zijn hertrouwd met Willem van Hingen. In mei van dat jaar verkopen zij, ook namens de kinderen Lockermans, een huis schuin tegenover het Munsterkerkhof (aan de Leliestraat) aan Willem Beeck en consorten. Deze was pachter op de Beeckerhof te Swalmen.

Tien jaar later worden de kinderen Lockermans met naam genoemd, de twee broers Stoffer en Gillis en hun minderjarige zus Mettel. De oudste is dan getrouwd met Agnes van Susteren en zijn jongere broer met Itgen van Swamen.

"...haer ge-erft huijs in de Brughstraet gelegen neffens die huijsinge van wijlen Frans van Linne kinderen, ende die gemeine straete aen de Brughpoort..."

Diercken van Swamen is nog minderjarig wanneer hij in april 1632 een aanvraag doet bij het Hoofdgerecht om zijn ouderlijk erfdeel te mogen belasten. Hij krijgt daarbij assistentie van zijn zwager Gielis Lockermans; naar zijn zeggen ouder dan 25 jaar. De jongeman beleent zijn onverdeelde helft in drie huizen met een kapitaal van 176 rijksdaalders. Het betreft o.a. het sterfhuis van zijn vader Jan van Swamen in de Schoenmakerstraat en een huis aan de Muurkenspoort. (Hoofdgerecht 315-f.56.)

Stoffer Lockermans en zijn vrouw Neeske van Susteren beleenden in mei 1631 hun onlangs gekocht huis in de Brugstraat met 350 gulden. De belening werd pas anderhalf jaar later, in december 1632, in het gichtboek opgenomen. Stoffer blijkt dan gestorven te zijn. Het huis werd toen gesitueerd naast het huis van de kinderen van wijlen Frans van Lin en aan de andere kant op de hoek van de straat aan de Brugpoort. (Hoofdgerecht 315-f.64.)

Het huis van buurman Frans van Lin en Stofferke Pauwels was overgegaan op hun zoon Dirck van Lin, in huwelijk met Catharina Spee. Zij verkochten het huis met de schuur, hof en de plaats daarachter in april 1637 aan het echtpaar Meijer. (Het linker deel van Brugstraat 23, naast de gang.)

Kort daarop deed Gielis Lockermans, ondertussen hertrouwd met Dillie Schotten alias van Asselt, van zich horen. Hij was namelijk nauw verwant aan de verkopers en maakte derhalve gebruik van het beschudrecht. Om de zaken goed af te wikkelen vroeg hij om een kopie van de koopakte, zodat hij wist waar hij aan toe was betreffende de koopsom en eventuele bijzonderheden. Als symbolische geste telde hij naar goed gebruik een gouden en zilveren munt neer, om te laten zien dat hij bemiddeld was om het huis te kopen. Uiteindelijk hebben de kopers het beschud aangenomen en het huis geruimd. (Hoofdgerecht 315-f.129.)

Gillis Lockerman In Den Adeler (nr. 23) en de erfgenamern van zijn broer Stoffer Lockermans in De Helm (nr. 25) woonden in die tijd als buren naast elkaar tussen de gang en de hoek van de straat. In de overdrachten komt de verwijzing naar De Helm alleen in 1628 voor. Mogelijk heeft de weduwe Lockermans de naam bij aankoop van het huis niet overgenomen.


Deze stamboom is deels (vetgedrukte namen) een reconstructie, samengesteld uit getuigenverklaringen anno 1657, betreffende de naaste verwanten van wijlen Marie Glaudi, alias Arnoldi. De vetgedrukte namen komen in dat proces voor, met als hun woordvoerder Gillis Lockerman. Itgen Ceunincx, de weduwe Nunhem, ontkende de nauwe familiebanden. De zogenaamde erfgenamen hadden zich tijdens het leven van haar man zlgr. nauwelijks vertoond.
(proces HGR inv.nr. 140-968)
 

Bij de belening in 1669 was het geld afkomstig van Hubert Janssen en Mettel van Asselt. Agnes Lockermans bezat toen nog als weduwe het tochtrecht op die goederen. Met de geldschieters komen we een stap verder in de toekomst. Naderhand werd het huis, op naam van Hubert Janssen nog meerdere keren genoemd. Janssen stierf voor oktober 1692. Daarna stond het huis op naam van de weduwe en in 1694 van zijn erfgenamen.

Wie die erfgenamen waren, blijkt o.a. uit een belening rond de eeuwwisseling en dan ook nog betreffende een ander huis in de Brugstraat, maar de geldschieters zijn ons bekend, namelijk Matthias Vlodrop en Magdalena Janssen. Matthias was de oudste zoon van de Marienborgh in de Neerstraat.

Het echtpaar Vlodrop-Janssen bezat ook een huis aan het begin van de Brugstraat, eveneens afkomstig van Hubert Janssen. Beide panden gingen vervolgens over op hun twee oudste kinderen, zoon Hubert en de geestelijke dochter Mechteld Vlodrop. In april 1748 verkopen zij het huis aan de Brugpoort aan Jan en Catharina Lemmens, eveneens broer en zus. In plaats van een vaste koopsom, betalen kopers de eerste keer 30 pattacons en vervolgens elk jaar een lijfrente van 20 pattacons en een half voeder kolen, tot het overlijden van de langstlevende van de verkopers. Het huis kwam vrij met st. Remigius. De nieuwe eigenaars behielden het recht "naer hun welgevallen" het huis tussentijds te verkopen. (HGR inv.nr. 322-f.46 en 332-f.98.)

Johan Lemmens was schipper (schipman) van beroep. In 1754 wordt hij opnieuw genoemd: Johan Lemmens, schipper en koopman, wonende in de Brugstraat aan de poort. In de overdrachten werd in oktober 1766 Jan Jambroers als eigenaar genoemd. Waarschijnlijk dezelfde die in april 1748 was getrouwd met Catharina E. Lemmens.

Het huis aan de Brugpoort werd vererfd op hun oudste zoon Jan Jacob Jambroers (1749-1806) in huwelijk met Maria B. Specken. Vervolgens ging het huis over op hun dochter Maria Jambroers (1797-1865), in maart 1818 getrouwd met Johan N. Benedict uit Sittard, oorspronkelijk goud- en zilversmid van zijn stiel.

In november 1827 kocht het echtpaar Benedict-Jambroers een huis aan de overkant van de straat. Nu is dat nr. 14 (met de ossenkop). Ruim twee jaar later, in januari 1830, verkopen zij het huis door aan buurman Specken. Bij die gelegenheid verkoopt Benedict ook zijn overdekt maasschip met bijbehorende spullen, zoals spitsbak paarden-aak, 35 tonnen, drie vorken, anker en koppel en twee treklijnen en mast. (GAR not. F.W.Milliard: 12.72-358 en 12.91-19.)

Het ouderlijk huis was ondertussen overgegaan op het echtpaar Giesberts-Janssen. Nicolaes Giesberts was koopman en schrijnwerker.

 

1779: nr. 135 Jan Janbroers, koolschipper; 1801: huisnr.171 Jean Jambroers, schipper; 1812: huisnr. 174 weeskind Jambroers; 1821 D.867 Benedict; 1843: D.696 Martin Giesberts, winkelier: huis, stal, koetshuis.