............ IN ALLE ERNST

Laatst gewijzigd: 03-10-2016 © Jan Ruiten


IN ALLE ERNST

Twee niet willekeurige citaten uit het boek ROERMOND, biografie van een stad en haar bewoners. "In 1935 werd hij (Paul Reymer) burgemeester van Roermond. Tijdens de oorlogsjaren bleek hij gevoelig voor samenwerking met de bezetter en heeft hij de belangen van de burgers van Roermond niet gediend. Midden 1943 heeft hij zijn burgemeestersambt neergelegd." (blz. 502)

"De veldheer ter ere werd het nieuwe kazernecomplex van Roermond, dat in 1939 naar ontwerp van kapitein A. Boost op de Stadsweide werd aangelegd en tot 1992 in gebruik is gebleven, Ernst Casimirkazerne genoemd." (blz. 210)

De een verguisd, de ander als een held vereerd. Zo hebben beiden hun plaats gekregen in de plaatselijke geschiedenis van Roermond. We noemen hier slechts, zonder volledig te willen zijn (!) het Ernst Casimir kapelletje, de Ernst Casimir sigaren (1899*), Huize Ernst Casimir (1908), de Ernst Casimirstraat (1912) en als klap op de vuurpijl de Ernst Casimirkazerne (1939). Waaraan heeft hij al die eer te danken?

De Nieuwe Koerier dd. 16-12-1939: "De stad heeft hem in onzen tijd vereerd door het geven van zijn naam aan een straat en op 't plein der nieuwe kazerne, die naar hem genoemd is, prijkt zijn borstbeeld."

Saillant detail: de opening van de Ernst Casimir kazerne vond plaats in de periode dat voornoemde P. Reymer burgemeester was van Roermond.

Graaf Ernst Casimir, uit het huis Nassau-Dietz, stierf in 1632 bij de belegering van Roermond door een verdwaalde kogel. Ziedaar het noodlottig overlijden van deze held. De dag erna werd de bisschopsstad, door verraad nog wel, door het Staatse (Hollandse) leger ingenomen en bleef vervolgens vier jaar lang bezet, door een protestantse overheid, die overigens op weinig medewerking kon rekenen. Roermond was immers niet bevrijd, de stad werd door de vijand bezet.

De Roermondenaren, van oudsher gehoorzaam aan de katholieke kerk, vreesden het ergste. Men herinnerde zich nog wel (uit overlevering) de slachting onder de kartuizers in 1572. Het schilderij, dat hiervan getuigt, toont slechts een deel van de gruwelen die gepaard gingen met deze "crueele, deplorabele vermoordinghe" en de verwoesting van het klooster door "de rebellen van de gereformeerde religie".

Roermond was in die tijd zeker niet Staats gezind. Integendeel! De burgers zagen de koning van Spanje, als hertog van Gelder, als hun natuurlijke vorst. Ernst Casimir behoorde dus tot de vijandelijke troepen en nog wel protestant. Wat maakt hem dan wel tot een Roermondse "held"? . . . . . . . . . . . . .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .. .daarom dus... .. -DNK 9-8-1939

Welnu, tijden veranderen en geschiedenis wordt geschreven door de overwinnaars. De 19e eeuwse stadselite was al vanaf de oprichting van het Koninkrijk der Nederlanden, nu ruim 200 jaar geleden, grotendeels Oranje gezind. "Alles voor en door de Koning", zeg maar. En welke historische figuur was het meest voor de hand liggend, om daartoe uit de hoed te toveren? Die hoed bevindt zich in het Rijksmuseum, maar blijft historisch verbonden met de belegering van Roermond. Daar kon men hier dus goede sier mee maken. (Alleen een standbeeld ontbreekt nog.)

De Nieuwe Koerier dd. 23-12-1936: "Als bijzonderheid zij mede vermeld dat de grootvader van Hendrik Casimir (-) Ernst Casimir, graaf van Nassau Dietz 9 juli 1632 voor de muren van Roermond sneuvelde. Roermond heeft voor 't huis Oranje-Nassau dan ook bijzondere betekenis..."

Jammer natuurlijk voor de andere hoofdfiguur uit het rampjaar 1632. Hebt U ooit gehoord van de burgemeester Peter Bossmanstraat? Wie dat was? Hij riep de bevolking op om de vijand, tegen beter weten in, buiten te houden. Hij moedigde de dappere burgers aan en klom vooraan de barricaden op, om zijn vaderstad uit de handen van de vijand te houden. "Sa menschen, volgt mij na!" Het zenuwachtige stadsbestuur, in vergadering met Z.E. de bisschop en de heren van de kanselarij, had toen al tot overgave besloten. Zij het met tegenzin, en bevreesd voor wat hen persoonlijk te wachten stond.

Het zijn de geschiedschrijvers die het verleden vlijtig inkleuren, er een stempel opdrukken, of zelfs naar hun hand weten te zetten. Zo leerden wij aldus op de lagere school, dat de Hollanders voor de goede zaak vochten en de koning van Spanje de slechterik was. Maar zo hebben de Roermondenaren in 1632 het toch niet gevoeld! Integendeel. Zij voelden zich verraden door graaf Hendrik van den Bergh, die het garnizoen kort voordien, op 24 mei, uit de stad had doen vertrekken, met de wetenschap dat het Staatse leger spoedig aan een Maasveldtocht zou beginnen. En eeuwen later worden zij opnieuw verraden. Toch?

NB. Diezelfde stad, waar nog ieder jaar met veel plezier en in een zweem van alcohol "de heks" wordt verbrand, op dezelfde plek, waar -eveneens vier eeuwen terug- tientallen mensen, beschuldigd van toverij, op de brandstapel het leven lieten! Bespot en verguisd.

Op 2 juni werd de stad belegerd door de troepen van graaf Ernst Casimir van Nassau, terwijl in de stad nog maar weinig (leger)volk was overgebleven en de weerbare burgers derhalve zelf de wapens ter hand namen om hun stad tegen de vijand te verdedigen. Waarbij de ritsburgemeester Peeter Bosman "sich gehalden ende gedraegen heeft int beleg der stadt, gelyck eenen getrouwen, vigilanten ende manhaften burgermeister toe doen toe stondt, geduerich dach ende nacht sorge draegende voir alletgeene tot defensie van de stadt was dienende."

Toen de burgers, die bij De Bres de vijand onafgebroken in de gaten hielden, het niet meer zagen zitten tegen die legerovermacht, werden zij door hun burgemeester aangemoedigd niet op te geven. Met het stoksken in de hand riep hij hen toe: "Ick sal d'ierste sijn ende u luijden voorgaen. Die den burgermeister lieff heeft, behoirt hem te volgen." Voorwaar een Roermondenaar in hart en nieren. Dapper en onversaagd. Na diverse onderhandelingen over en weer konden de Staatse troepen zonder slag of stoot op kermiszondag de stad binnentrekken. Jammer van die verdwaalde kogel dan. (Kroniek Nettesheim in PSHAL deel 12: blz. 284 e.v.)

Ook in Maastricht zat men toen echt niet op de komst van de Staatse troepen te wachten. Ook daar werd de Republiek als bezetter gevoeld. "De trouw aan "de natuurlijke vorst" was geschokt doch niet gebroken ..." De schrijver vermeldt verder, dat in 1637 over de restauratie van het Spaanse bewind in het Overkwartier (na het vertrek van de Staatse bezetter) een vreugde heerste "alsof men uit de Babylonische gevangenschap was bevrijd." (mr. drs. H.H.E. Wouters in Limburgs Verleden II, blz. 225-227.)

Het heeft lang geduurd, voordat de burgers en de mensen van buiten de stad zich Nederlanders gingen voelen. Nog in 1857 was de (Hollandse) marechaussee aan de Broekhin te Maasniel genoodzaakt een opstootje van plaatselijke jongeren te stoppen. Maar de jeugd wilde niet luisteren. "Wij moeten die Ollanders niet". Daarop werd een schot gelost door een der marechaussees, zeggende "Kent gij dat? Ook dat is Hollands!" Een derde schot bleek fataal voor een van de aanwezigen. Toeval of niet: het 24-jarige slachtoffer werd eveneens door een verdwaalde kogel geraakt, bij het laden van een pistool. (GAR, archief gemeente Maasniel, inv.nr. 555.)

Weer een halve eeuw later kreeg Ernst Casimir in Roermond zowaar een riante villa naar zich genoemd. In de salon werden uitsluitend sigaren gerookt van het welbekende merk. Vervolgens werd zijn naam verbonden aan de nieuwe kazerne. Hij stond immers te boek als een vermaard veldheer, die bij de belegering van de stad het leven had gelaten. Maar vooral was hij ook een Oranjegast. Al die aandacht kreeg hij zeker niet vanwege zijn strategische kwaliteiten, maar veeleer in die tweede hoedanigheid!

Lang leve Ernest voort in het geheugen van de Roermondenaren. Mooier kunnen we het niet maken. Wel bonter. En Peter Bossman? Nooit van gehoord.

De vaderlandse geschiedenis wordt ons geserveerd als puur Hollands gebak.

* Vriendelijk informatie van Ruud Lamboo, Roermond.
Citaten uit: Peter Nissen en Hein van der Bruggen ROERMOND, biografie van een stad en haar bewoners, Hilversum 2014, uitg. Stichting RURA Roermond. NB. Dit artikel is geen reactie op voornoemde citaten, die enkel als voorbeeld zijn aangehaald ter illustratie!

Hier bleef graaf Ernst

De plek waar de veldheer overleed, blijkt ook bekend te zijn. Die staat namelijk aangegeven op een 17e eeuwse schets (1637) van de stad Roermond en het buitengebied. Hiernaast een detail van die kaart.

Op de schets staat het aangegeven: "Heir bleef graf Ernest". Dat was tussen de Gulickerweg en de Roer, ongeveer halfweegs richting Kapel in het Zand. De Kapellerlaan, zoals we die kennen van oude ansichten, aan weerszijden beplant met een dubbele rij bomen, die was er toen nog niet. Het was een karweg met een flinke bocht tussen het O.L.Vrouweveld en het Muggenbroekerveld.

In de eerste helft van de 18e eeuw kwam de stroom van de Roer gevaarlijk dicht langs die doorgaande weg. Ondanks het herhaaldelijk batten van de oever. Het stadsbestuur besloot derhalve, om de Gulickerweg een flink eindweegs te verplaatsen. Het was dus in de eerste plaats een handelsweg, die voorbij het godshuis afsloeg naar Gulickerland. Pas later is er sprake van een kapellerlaan.

"Welcken wegh voor desen geloopen hebbende neffens de riviere de Rour, ende naerderhandt (ca. 1730) verandert ende midden door de resp. ackerlanden, met eene rechte linie geleijdt is worden tot aen de voorss. capelle int sandt." (RHCL te Maastricht, archief Hof van Gelder Venlo, inv.nr. 460-1100, dd. 28-9-1751.)

De nieuwe heerbaan werd dus dwars door het O.L.Vrouweveld aangelegd! (Dat is ook nog te zien op de oudste kadasterkaarten.)

In de loop van de tijd heeft de rivier kans gezien toch nog een flink eind op te kribben. De oever was niet bestand tegen het snelstromende water. De plek waar de graaf het leven liet, is daardoor in de loop der tijd met de stroom meegevoerd.

Het monumentje is ook te mooi om waar te zijn.

A. Zwartbroekpoort; B. Gulickerweg; C. De plek des onheils waar de graaf het leven zou hebben gelaten; D. de Kapel in 't Zand; E. het O.L.Vrouweveld; F. de landerijen van Hattem. G. de Stenenbrug (Niet te verwarren met de houten brug stroomopwaarts!)

De huidige Kapellerlaan is met een grijze lijn op de kaart geprojecteerd.

Begin vorige eeuw was men nog overtuigd dat Ernst Casimir nabij de Venlosepoort was gesneuveld, getuige de naar hem vernoemde villa en straat aldaar. Eerst rond 1940 gingen er stemmen op, dat de graaf was gesneuveld nabij het Gebroek te Maasniel, terwijl anderen van mening waren aan de Roer, halfweg de Kapellerlaan. Dit laatste o.a. naar aanleiding van de kaart hierboven. Tien jaar later kreeg dit gegeven de overhand.


De Nieuwe Koerier dd. 13-2-1912: Roermond krijgt er straatnamen bij.

Getuige een krantenbericht anno 1880 zou het kapelletje zijn opgericht bij de aanleg van de Kapellerlaan omstreeks 1730. In geen enkel artikel wordt de naam van de veldheer hiermee in verband gebracht. Voorzichtige conclusie is vooralsnog, dat de naam van Ernst Casimir na 1950 werd verbonden aan het dan al ruim twee eeuwen oude gebedspunt Halfweg. (Mogelijk voor of na 1900 opnieuw opgetrokken, gezien de bouwstijl.)

Het kapelletje is oorspronkelijk dus niet ter ere van de veldheer opgericht en de plek waar de graaf het leven liet, is -door het voortdurend opdringen van de Roer- fictief aan de overkant van de rivier komen te liggen.