............ BLIK OP DE BRUGSTRAAT

Laatst gewijzigd: 23-02-2019 © Jan Ruiten

Het verkeer van over de Maas kwam via het Oolder Veer en de brug over de Hambeek richting de Stenen Brug over de Roer de stad binnen. Ook het verkeer vanuit het zuiden volgde dezelfde route vanaf de Hambeek. Tussen Roer en Herten had zich hierbij het goederenverkeer uit het land van Gulick gevoegd. De Brugstraat vormde een belangrijke verbinding met de overige straten in de stad. Vooral tijdens de marktdagen was er druk verkeer in de Brugstraat, met geregeld opstoppingen van karren en sleijen.

De goederen die over het water waren aangevoerd, werden bij de Kraanpoort afgeleverd. In de Brugstraat stonden meerdere huizen met een naam: De Sonne, De Helm, Den Gouden Sleutel, In De Karre, Het Eenhoorn v/h Het Wit Peerdt, De Sterre, In Nijmegen en De Gouden Adelaer.

De geschiedenis van deze en andere huizen in de Brugstraat ligt verscholen in het gemeentearchief van de stad. Niet altijd waren de eigenaars ook de bewoners van deze panden. Sommigen hadden hun woning elders in de stad. Wat er zich binnenshuis afspeelde komt soms naar voren uit de processtukken. Onenigheid over erfdeling, ouders die niet wilden instemmen met de partnerkeuze van hun dochter, kooplieden die goed geld verdienden in tijden van krijgsrumoer, of een bejaard echtpaar dat levensonderhoud voorzijn oude dag veilig stelde. De verschillende verhalen staan uitgespreid over meerdere pagina's. Van het ene huis is meer en van het andere pand dan weer minder te melden.

De huisnummers beginnen vanaf Marktstraat en Neerstraat, immers gezien vanaf de kathedraal. In vroeger tijden keek men daar anders naar. Toen, in 1624, werd het pand op de hoek van de Marktstraat gesitueerd "op die Brughstraet eyndt".

Overigens, de verklaring dat de naam Stenenbrug verwijst naar het bouwmateriaal is te simpel en onvolledig. Die naam werd vanouds al gebruikt, omdat er (tot 1633) stroomopwaarts ook een "holtere brugghe" was. Bij de situering van huizen en erven was het duidelijker een onderscheid te maken: over de stenen brug, of over de houten brug.


- 01 hoek Neerstraat

- 03 Schoenmaker Febus

- 05 Nunhems huis

- 07 Het Gotische Huis

- 09 Het huis Den Helm

- 11 Brouwerij De Karre

- 13 In Nymegen

- 15 Smid van Swalmen

- 17 Den Golden Sleutel

- 19 Thijs Stams

- 21 Huis met poortweg *

- 23 Den Gulden Adelaer

- 25 Aan de Brugpoort

- 00 hoek Marktstraat

- 02 Truytwijn

- 04

- 06 Het Poorthuis

- 08

- 10 Brouwhuis Cox

- 12 Huis De Sterre

- 14 Huis met ossenkop

- 16

- 18

- 20

- 22

* Een zegelbrief uit 1392 gelinkt aan het huis Brugstraat 21.

 

- De pagina Brugstraat 9, 11 en 13: De Helm, De Karre en In Nimegen, elders op deze site, zal t.z.t. verwijderd worden. Hierboven is gekozen voor een afzondelijke pagina voor elk van de drie panden.

Het verhaal van de andere huizen in de Brugstraat is in de maak. Voor en na worden nieuwe gegevens toegevoegd, want het onderzoek loopt nog.

Elk pand vertelt zijn eigen verhaal. Globaal genomen zijn de huisplaatsen identiek met de toestand midden 16e eeuw. Na de stadsbrand van 1554 moesten de meeste, zoniet alle huizen nieuw worden opgetimmerd. In die jaren is er dan ook nog geregeld sprake van lege huisplaatsen.

In de Brugstraat woonden kooplieden, maasschippers, herbergiers en brouwermeesters, bakkers en andere neringdoeners. Van het ene huis zijn een stortvloed aan gegevens terug te vinden. Van andere panden en bewoners is nog maar weinig te achterhalen.

Hieronder een voorproefje van hetgeen de archieven kwijtgaven tijdens het onderzoek.

Op de hoek van de Neerstraat met de Brugstraat lag na de stadsbrand van 1554 enkel nog een afgebrande huisplaats (A). Zowat alle huizen in de straat waren door de brand verloren gegaan.

De plaats stond in februari 1555 op naam van de kinderen Kremer. Hun moeder had kort daarvoor afstand gedaan van haar weduwenrecht. Haar zoon Gielis Kremer en vrouw Lysbeth verkochten hun aandeel aan zijn zwager Johan Realt en vrouw Griete Kremer. De plaats grensde, gezien vanuit de Brugstraat, aan de achterkant aan het erf van Stoffer Roeders (D).

Goed twintig jaar later, in april 1576 verkochten de schoonzoons Reijner van Meijssenborgh en Korst van Reess, elk met de vrouw, met name Jenne en Lysbeth Realt, hun deel in het inmiddels herbouwde huis aan hun (schoon)broer en mede-eigenaar Hieronymus Realdt en vrouw Aleydt van Meer.

Aankopers waren in 1580 uit hun huis op de hoek van de Brugstraat nog 800 gulden schuldig gebleven. Toen werd het huis, weerom gezien vanaf de Brugstraat, beschreven als grenzend van achteren tegen het huis van Dederich Koich (D). Deze was getrouwd met Stofferke Roeders. Zijn huis was dus afkomstig van zijn schoonouders. (Nu zijn dat Neerstraat 4 en 6.)

In november 1590 verkoopt Johan van Nunhem zijn huis in de Brugstraat, twee huizen verder vanaf het hoekhuis, gelegen naast Dederich Koich zaliger, “nu Richart Stijns poortweg.” Huis en opvaart van Stijns waren eerder dat jaar, of kort daarvoor, afgesplitst van het huis van zijn schoonvader. Het andere deel was toegevallen aan zijn schoonbroer Derick Koichs jr.

Tussen het huis van Nunhem (C) en het gotische huis (E) liep dus een poortweg naar het pand in de Neerstraat. Naderhand heeft Stijns er een huis gebouwd. Voor het eerst is er in 1602 daadwerkelijk sprake van een huis op die plek.

Dit pand werd ruim een eeuw later in 1712 verkocht aan buurvrouw Jenne Abrahams, de weduwe Severijns (E). Het smalle huis, dat -buiten een korte onderbreking- nog steeds deel uitmaakt van Brugstraat 7, was dus eeuwen terug de poortweg van het pand om de hoek in de Neerstraat (D).

Het pand links van het "gotische huis" stamt van na 1590. Toen was hier nog de poortweg naar het achterliggende huis in de Neerstraat (nr. 4 en 6).

Meerdere panden op naam van eenzelfde eigenaar. Niets nieuws onder de zon. Dat is nu zo in de Brugstraat, dat was zo ook in het verleden.
De brouwersfamilie Loosen, bekend van het huis De Kar, had voor 1700 vier panden naast elkaar, de huidige nummers 9, 11 en 13.
Brouwmeester Hendrik Seipgens had zelfs vijf panden in eigendom, deels als woning (e-f), deels als bedrijfspand (b-c-d).
Zijn tante, de weduwe Seipgens-Painsmay, had in 1808 nog het aanpalende huis gekocht (a). Dit pand werd na haar overlijden verwezen op haar schoonzus, de weduwe Seipgens, en vererfd op haar enig kind, Hendrik.

Het verleden van huis De Ster (a) staat beschreven onder nr. 12: het wijnhuis Cox. Het buurhuis wordt besproken onder nr. 10: als het brouwershuis Cox (b).
De huisjes c en d stonden onder een dak en kennen deels een gescheiden verhaal onder nr. 8.
Het volgende huis (e) staat vermeld onder nr. 6 over de Poortweg uit 1749. Het tussenhuis (f) is de laatste in rij onder nr. 4.

De beschrijving van het brouwershuis (b) in 1677 geeft aan, dat het een groot pand geweest moet zijn. Groter dan pand a. De twee huizen onder c en d waren samen nog niet half zo groot. Datzelfde blijkt ook nog uit de belastinglijst op deuren en ramen in 1802, respectievelijk aangeslagen voor 15 en 4.
Hetzelfde blijkt in1807 het geval te zijn met de twee huizen naast elkaar e en f, resp. aangeslagen voor 3 en 9 en in 1802 voor 3 en 7!
Dat geeft dus een geheel ander kijk op de panden in die tijd.

NB. De ontbrekende pagina's (zie inhoud boven) zullen voor en na verschijnen.